Overslaan en naar de inhoud gaan

Klimaatopwarming doet wijnwereld zweten

 

 

door Jelle Henneman

 

De klimaatverandering is het grootste publieke geheim van de Europese wijnbouw. Een eeuwenlange traditie van appellaties, met de daaraan verbonden druivenrassen en beroemde domeinen, staat op het spel. En ja, België kan een onvervalst wijnland worden.

 

‘Kijk, om wijn te maken moeten je druiven rijp zijn.’ Joyce Kékkö-van Rennes, de grande dame van de Belgische wijn, begint het gesprek met een evidentie die er geen is. Net zoals de setting: Genoels-Elderen, het grootste wijndomein van ons land, waar internationaal bekroonde wijnen worden gemaakt in een land zonder wijnreputatie. De omstandigheden benadrukken dat beeld nog wat: het is hier in het Limburgse Riemst echt Belgisch hondenweer, bovendien is het te vroeg voor wijn en zitten we aan de koffie. En toch: de grondregels om wijn te maken zijn hier dezelfde als op die zonnige bergflank in de Languedoc: druiven moeten rijp zijn. 

 

‘Rijp’, legt keldermeester Van Rennes uit, ‘wil zeggen dat ze genoeg suiker moeten bevatten, genoeg zuren, en dat de tannines gerijpt zijn. Als die laatste, de pitten en de stokjes van de druiven, nog groen zijn, is je wijn niet drinkbaar. Als de druiven niet genoeg zuren bevatten, dan kan je hem niet goed bewaren. En het suikergehalte zorgt voor je hoeveelheid alcohol. Voor elke druif en in elke streek verschilt het moment waarop de druif op die drie manieren rijp is, een oogstperiode die vaak al eeuwen hetzelfde is. En dat evenwicht wordt nu bedreigd door de klimaatopwarming. Hoe warmer het wordt, hoe sneller de druif suikerrijp is. En dat gebeurt steeds vaker voor de tannines rijp zijn. Gevolg: men laat de druiven nog langer hangen. Maar dan krijgen de druiven een suikergehalte dat ze niet meer door gisting in alcohol kunnen omzetten – meer dan 15% alcohol haal je niet. En dus maken de restsuikers de wijn zoeter. Zo zoet zelfs dat verschillende producenten de wijn vandaag al met water aanlengen. Ja, ook grote domeinen.’

 

‘Dat doen wij natuurlijk niet’, zegt Josep Grau, de man achter het het gelijknamige wijndomein in de Spaanse Montsant-regio, niet ver van Barcelona. ‘Maar onze druiven zijn vandaag inderdaad veel sneller suikerrijp. Om een idee te geven: 15 jaar geleden oogstten wij half oktober. Vandaag is dat half augustus. De alcoholgraad is wel degelijk een probleem. De wijnen uit onze regio zitten sowieso al op 15% alcohol, meer kan niet. Dus oogsten wij vroeger en maken we wijnen van niet helemaal volrijpe druiven, zoals wij ze lekker vinden. Bovendien gooien we er de kleinste druiven uit, die zo zoet zijn als rozijnen. Iedereen heeft dit probleem, hoor. Een Franse bourgogne zat tot voor kort op zo’n 12% alcohol, maar vandaag zitten zij ook al op 14%.’

 

Appellaties

 

‘Mensen kunnen de klimaatopwarming vandaag dan ook al proeven’, bevestigt Van Rennes. ‘De meeste wijnen smaken zoeter, zijn hoger in alcohol en hebben minder zuren. Nu, dat de klimaatverandering gevolgen zou hebben voor wijnmakers wist iedereen al toen mijn vader en ik 30 jaar geleden dit domein oprichtten. Dat is dus geen verrassing. Wat mij wel verbaast, is hoe weinig de traditionele wijnlanden doen om zich aan die hogere temperaturen aan te passen. Iedereen klaagt, haast niemand neemt actie. De champagnes van de laatste jaren missen zuren, frisheid en bewaarpotentieel, dat wordt algemeen toegegeven. Maak dan van die chardonnay- en pinot noir-druiven, die in champagne gaan, stille wijnen. Dat zouden geweldige wijnen kunnen zijn. Maar niemand die het durft.’

 

De appellaties in de wijnwereld zijn inderdaad berucht onbuigzaam. Wie een bourgogne wil maken, moet dat doen met chardonnay of pinot noir. Gebruikt de wijnbouwer andere druiven, dan maakt die voor de wetgever een ‘vin de pays’, zelfs al zit hij in het hart van de bourgogne-streek. ‘Eigenlijk zouden de wijnboeren in pakweg Bordeaux nu tempranillo, sangiovese of andere druivenrassen die beter bestand zijn tegen hitte, moeten aanplanten’, zegt Joyce. ‘Maar dat is daar nog steeds vloeken in de kerk.’ 

 

Het lost overigens het probleem van de nog zuidelijker gelegen wijnboeren niet op. Grau: ‘Wij telen hier carignan en garnacha, de druivenrassen die het best bestand zijn tegen hitte. Als het voor die druiven te warm wordt, is er een groot probleem. Wij laten nu de bladeren aan de wijnstokken zitten, om ze te beschermen tegen de zon. Of we planten ze verder van elkaar, zodat ze niet elkaars water afpakken. Zulke technieken moeten ons redden, naast innovaties die hopelijk nog komen.’ Van Rennes: ‘Vroeger verbouwde men ook veel wijn in Noord-Afrika, in Algerije bijvoorbeeld. Dat is grotendeels onmogelijk geworden. Dat lot kan ook Zuid-Europa treffen.’

 

Noorden

 

Is het omgekeerde ook waar? Kan België dan een echt wijnland worden? ‘Waarom niet? Sowieso gaat het noorden belangrijker worden als wijnregio. De oude stelregel dat je wijn kan verbouwen tussen de 30ste en de 50ste breedtegraad, zal opschuiven. Ik ken kwalitatieve wijngaarden in Nederland, in Denemarken. En wat ze vandaag doen met Britse schuimwijnen is indrukwekkend. Ook zogenaamde cool climate wines zullen aan belang winnen: druivenrassen die eigenlijk traditioneel zuidelijker verbouwd worden, maar in een koeler klimaat een heel ander resultaat geven. Kijk bijvoorbeeld naar het verschil tussen Nieuw-Zeelandse en Australische wijnen. Vaak dezelfde druiven, maar geef mij maar die uit het koelere Nieuw-Zeeland.’

 

‘Dat wil natuurlijk niet zeggen dat wij immuun zijn voor het klimaat. Ook wij hebben te lijden onder extremer weer, 70% van onze oogst is vorig jaar kapot gebrand door twee dagen boven de 40 graden. En als de ijsheiligen in mei passeren na een ongewoon warme lente, hebben wij net zo goed een probleem. Niemand ontsnapt aan het klimaat.’