Nieuws Algemeen Barroso: 'Hernieuwbare stroom is nu onze belangrijkste energiebron'

Barroso: 'Hernieuwbare stroom is nu onze belangrijkste energiebron'

Barroso: 'Hernieuwbare stroom is nu onze belangrijkste energiebron'

Stroom uit wind, zon, waterkracht en biomassa is geen 'alternatief' meer. 'Ze worden de belangrijkste energiebron.' Die conclusie trekt voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso uit het nieuwe rapport van het VN-klimaatpanel (IPCC). Dat acht het haalbaar om tegen 2050 voor bijna 80 procent op groene energie te draaien.

"Dit is zeer goed nieuws", zegt Barroso. "In de EU tonen we al dat economische groei en minder vervuilend energieverbruik hand in hand gaan. Sinds 1999 groeiden we 40 procent en daalde de uitstoot met 10 procent dankzij groene energie. Maar dit rapport bewijst dat hernieuwbare bronnen simpelweg de primaire energiebronnen moeten worden. Ze zijn niet langer enkel een alternatief."

Meer dan 120 wetenschappers onderzochten het potentieel, de kosten en de technische uitdagingen om tegen 2050 meer hernieuwbare energiebronnen in te schakelen.

Zonder extra inspanningen stijgt het aandeel propere energie sowieso licht door de prijsstijging van klassieke energiebronnen en de doelstellingen om de CO2-uitstoot te reduceren. Nu al blijkt dat 140 gigawatt van de 300 GW die tussen 2008 en 2009 aan nieuwe energievoorzieningen zijn geïnstalleerd uit hernieuwbare bronnen kwam. En ondanks de financiële crisis nam het aandeel hernieuwbare energiebronnen in 2009 toe met tussen 4 (geothermische kracht) en 50 (zonnepanelen) procent.

Het potentieel is evenwel veel groter, zo blijkt uit de 164 scenario's in het rapport.

De puur technische capaciteit van hernieuwbare energie uit wind, zon, de warmte van de aarde, biomassa, oceanen en waterkracht is onbeperkt en overstijgt de huidige en toekomstige vraag. Momenteel boren we er maar 2,5 procent van aan.

Uit de kostenanalyse blijkt dat groene energie nog altijd meer kost dan klassieke bronnen. Maar in verschillende scenario's is die groene stroom wel al competitief. "Belangrijk daarbij is dat we subsidies en belastingvoordelen níét meegerekend hebben", zegt covoorzitter professor Ottmar Edenhofer.

Bovendien kost groene energie niet meer dan olie en steenkool als je de milieubelastende impact van fossiele brandstoffen, zoals luchtvervuiling en broeikasgasuitstoot, meerekent, benadrukken de auteurs. Ook dalen de kosten alsmaar meer dankzij technische vooruitgang. "Voor dezelfde prijs bouwen we grotere windturbines, die twaalf keer meer stroom opleveren dan eind de jaren negentig", zegt Edenhofer. De auteurs verwachten dat de kosten voor alle propere energiebronnen lager zullen zijn dankzij technische doorbraken.

Grote uitdaging is het integreren van die propere stroombronnen in de bestaande voorzieningen. Daar moeten beleidsmakers vooral keuzes op elkaar afstemmen. "Belangrijk is dat er geen tegenstrijdige toepassingen zijn. Zo is duidelijk dat kiezen voor hernieuwbare bronnen, die doorgaans flexibel zijn en op een andere manier stroom bij de consument brengen, niet samengaat met kernenergie, een niet-flexibele vorm van stroomvoorziening", zegt Jo Leinen van de Milieucommissie in het Europees Parlement.

Dat alles betekent in het meest optimistische van vier in detail uitgewerkte scenario's dat het tegen 2050 mogelijk is 77 procent van de wereldwijde energievraag te dekken met hernieuwbare energie. In het minst optimistische, waarbij nauwelijks geïnnoveerd wordt, is dat 15 procent.

De totale investeringen in de sector schat het IPCC tussen 1.360 miljard en 5.100 miljard dollar van vandaag tot 2020 en tussen 1.490 miljard en 5.100 van 2021 tot 2030.

De voordelen voor het klimaat zijn overduidelijk. Een in meer of mindere mate grootschalige introductie van meer propere energie betekent 220 tot 560 gigaton minder broeikasgassen in de atmosfeer tegen 2050. In het meest optimistische scenario is het mogelijk die schadelijke uitstoot met een derde te verminderen.

(De Morgen, 17/06/2011)

Bookmark and Share Afdrukken Naar top